12-09-2024

Overkomt het jou ook weleens dat je met goede bedoelingen iets duidelijk wilt maken aan je gesprekspartner, maar vooral weerstand krijgt? Al snel ontstaat er dan een discussie waar jullie allebei niet blij van worden. In dit artikel krijg je 7 tips om hiermee om te gaan.

1. Richt je op de achterliggende emotie

Het is handig om te weten dat er altijd een emotie onder zit wanneer je gesprekspartner onlogisch of onredelijk klinkt. Die emotie wil gehoord worden. Als je dat beseft, heb je al een belangrijke stap gezet om een discussie te doorbreken.
Soms zeg je iets dat feitelijk waar is of heel logisch lijkt, terwijl je gesprekspartner toch weerstand blijft houden. In zo’n geval kan het helpen om te vragen:
“Ik hoor wat je zegt, maar waar komt de lading vandaan?”
Door deze vraag te stellen, verschuift het gesprek van de inhoud naar het gevoel dat eronder ligt.

Mensen dragen niet zelden een frustratiepakketje met zich mee. Dat pakketje bepaalt vaak de sfeer van het gesprek. Door te vragen waar de lading vandaan komt, komt de echte frustratie op tafel. Je hoort dan de boodschap achter de boodschap.

Met deze vraag krijg je niet alleen zicht op de pijnpunten van de ander, maar ook op wat hij of zij nodig heeft om zich echt gezien en gehoord te voelen. Daarover later meer.

2. Stem je communicatiestijl af

Mensen zijn verschillend, maar ze zijn vaak wel voorspelbaar verschillend. Door die voorspelbare verschillen kun je herkennen wanneer je in de allergiezone van je gesprekspartner bent terechtgekomen. Daarvoor helpt het om iets te weten over communicatiestijlen. Daarom volgt nu een korte uitleg over de DISC, een eenvoudig model om de verschillen in communicatiestijlen duidelijk te maken. DISC maakt onderscheid in de volgende stijlen: Dominant (D), Invloed (I), Stabiel (S) en Consciëntieus (C) of een combinatie van deze vier.

  • De D is resultaatgericht en pusht nogal eens.
  • De I is doorgaans praatgraag en heeft moeite met structuur. Hij of zij wil graag waardering ontvangen en wil graag gezien worden.
  • De S is de teddybeer. Hij of zij is vriendelijk, conflictmijdend en zachtaardig en houdt van zekerheid en voorspelbaarheid.
  • De C is analytisch en is als een oester: hij of zij laat zich niet zo snel kennen. De C wil onderbouwingen, omdat alle dingen moeten kloppen. Hij of zij wil dat wat je aandraagt doordacht is. De C is bovendien gedreven door perfectionisme, iets wat hij of zij ook van anderen verwacht. Welke stijl hanteer je eigenlijk en past die bij die van jouw gesprekspartner?

De D en C staan bekend om hun taakgerichtheid, terwijl bij de I en S alles draait om mensgerichtheid. Alleen al die verschillen leiden vaak tot botsingen.

Wist je dat in veel relaties een Dominant type zich aangetrokken voelt tot een Stabiel type, en een Invloed type tot een Consciëntieus type? In eerste instantie kunnen ze het vaak goed met elkaar vinden. Tegenpolen trekken elkaar immers aan. Maar vroeg of laat kan dat ook de nodige wrijving geven.

Als je bij je gesprekspartner een van deze stijlen herkent, kun je leren om zijn of haar taal te spreken. Daardoor kun je beter begrijpen wat de ander nodig heeft en daarop inspelen. Weerstand verdwijnt vaak wanneer je gesprekspartner zich gezien en begrepen voelt.

3. Niet pushen, maar écht zien en horen

Wanneer je weerstand ontmoet, is je eerste neiging vaak om nog harder te gaan pushen. Stop daarmee, want het zorgt er meestal niet voor dat de ander beter naar je gaat luisteren. Nieuwsgierigheid tonen helpt vaak veel meer. Probeer te ontdekken waar de lading vandaan komt (zie punt 1) en hoe de ander denkt (punt 2).

Zodra je weerstand bij de ander merkt, is het verstandig om jezelf te beheersen en je aandacht volledig op de ander te richten. Juist wanneer je de behoefte voelt om te gaan argumenteren, helpt het om de ander eerst te horen. Dat kun je doen door te spiegelen.

Spiegelen is in eigen woorden (of letterlijk) herhalen wat de ander zegt. Dit is een beproefde techniek tijdens een impasse. Spiegelen geeft je tijd om na te denken over jouw eigen reactie en dwingt jou om na te denken over wat de ander daadwerkelijk zegt.

Als u spiegelt, laat u duidelijk aan de ander merken dat u hem of haar in zijn of haar redenering wilt volgen. Maar ook ú wilt natuurlijk dat de ander u hoort. Dat kan meestal pas als u bereid bent om nog een stap verder te gaan…

4. Valideer wat de ander voelt

Er is een gesprekstechniek die verder gaat dan spiegelen. Die techniek noemen we valideren. Communicatie is als een golfbeweging. Je gesprekspartner wil eerst worden gehoord. Pas als dat is gebeurd, ontstaat er een rustpunt. Daarna ben jij aan de beurt.

Je moet de ander dus eerst het gevoel geven dat hij of zij gehoord is, voordat jij zelf goed gehoord kunt worden. Dat kan door te valideren.

Valideren kun je bijvoorbeeld doen met woorden als:
“Ik kan me goed voorstellen waarom je zo kritisch reageert. Je had verwacht dat ik iets anders zou doen en juist omdat ik dat niet heb gedaan, voelt dit voor jou zo vervelend.”
Je kunt natuurlijk ook andere woorden gebruiken, afhankelijk van de situatie. Bijvoorbeeld boos, teleurgesteld, gekwetst of afgewezen.

Met valideren geef je je gesprekspartner de ruimte om dingen anders te beleven dan jij. Je laat merken dat zijn of haar gevoel er mag zijn, ook als jij het zelf anders ervaart. Het vraagt van je dat je leert denken vanuit de beleving van de ander. Zelfs wanneer die beleving niet jouw beleving is.

Bij valideren hoef je het helemaal niet met je gesprekspartner eens te zijn. Begrip tonen is iets anders dan gelijk geven. Als je dit niet doet, zal de ander vaak toch proberen zijn of haar gelijk te halen. Daardoor lok je al snel een inhoudelijke discussie uit.

Door te valideren voelt de ander:
Gelukkig, hij begrijpt waarom dit voor mij zo belangrijk is.
Daarna kun je prima zeggen:
“Mag ik nu mijn kant van het verhaal eens toelichten?”
Doordat je de ander eerst hebt gevalideerd, neemt de weerstand vaak behoorlijk af.

5. Als de ander nog steeds niet wil luisteren

Je kunt ook aangeven dat je op een luisterende reactie had gehoopt. Bijvoorbeeld:
“Ik schrik ervan dat je dit zo ter sprake brengt.”

Als je merkt dat de ander niet echt wil luisteren, kun je je teleurstelling verwoorden. Je kunt dan vertellen welk effect dit gedrag op jou heeft. Vaak helpt het om die feedback af te sluiten met een vraag als: “Kun je je dat voorstellen?” Of, iets confronterender: “Is dat je bedoeling?”
Die laatste vraag kan de ander prikkelen om alsnog duidelijk te maken waarom hij of zij zo blijft vasthouden aan het eigen standpunt.

6. Kies liever voor de relatie dan voor je gelijk

Het kan natuurlijk ook zijn dat je echt geen gelijk hebt. In dat geval is het verstandig om jezelf af te vragen waarom je zo graag gelijk wilt hebben. Het grote gelijk bestaat immers niet altijd.

Maar zelfs als je wél gelijk hebt, wat doe je dan als de ander jou dat gelijk niet geeft? Op dat moment kun je er hooguit voor kiezen om elkaar beter te proberen begrijpen. Het accent verschuift dan van gelijk krijgen naar de kwaliteit van de relatie.

Kies je voor je gelijk, of kies je voor de relatie? Waarom zou je blijven doordrammen als je daarmee een goede relatie ondermijnt? In zo’n situatie is het vaak beter om te erkennen dat jullie verschillend naar iets kijken, terwijl je tegelijk de waarde van de relatie blijft zien. Natuurlijk vraagt dat wel dat je kunt verdragen dat iemand anders tegen dingen aankijkt dan jij.

7. Vertel waar jouw houding vandaan komt

Als je weerstand ontmoet, helpt het om eerlijk te vertellen waar jouw houding vandaan komt. Je mening komt tenslotte niet uit de lucht vallen.

Je kunt de ander vertellen over eerdere ervaringen, over je behoeften of over pijnpunten die maken dat jouw standpunt zo belangrijk voor je is. Daardoor wordt het voor je gesprekspartner vaak duidelijker waarom iets je zo raakt.

In plaats van alleen de feiten te benoemen, vertel je iets persoonlijks. Iets dat jou raakt. Misschien is er sprake van oud zeer dat je eerlijk met je gesprekspartner wilt bespreken.

Ik hoop dat je met deze tips de komende tijd beter uit de voeten kunt wanneer je te maken krijgt met een onwillige gesprekspartner.